Een nieuwe internationale omkadering voor fiscale transparantie

In de loop van 2017 zal de uitwisseling van financiële informatie tussen de belastingdiensten van lidstaten gebeuren in overeenstemming met een nieuwe uitwisselingsstandaard.

Het gaat om de eerste toepassing in de praktijk van de nieuwe internationale “Common Reporting Standard” die de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) heeft opgesteld. Die uitwisseling van informatie slaat niet alleen op intresten (in tegenstelling tot de vroegere Spaarrichtlijn) maar ook op dividenden en meerwaarden.

Een honderdtal staten, waaronder alle lidstaten van de Europese Unie, nemen deel aan het systeem om de strijd tegen internationale belastingontwijking aan te gaan.

Elke persoon met een bankrekening in het buitenland die resident is in een van die landen, valt onder de toepassing. Die verandering heeft geen gevolgen voor hen die hun belastingplicht vervullen zoals het moet, onder meer via aangifte van hun roerende inkomsten in het buitenland.

Vernieuwd statuut voor student-ondernemers

Studenten die tijdens hun studies beginnen met ondernemen krijgen vanaf 2017 een eigen statuut. Momenteel is hun statuut ongunstiger dan dit van een jobstudent. Sociale lasten en de inkomensdrempel om fiscaal ten laste te blijven van hun ouders, maken het momenteel financieel minder gunstig om te ondernemen als student, dan om gewoon als jobstudent een zakcentje bij te verdienen.

De nieuwe regels gaan in vanaf begin 2017.

In het nieuwe statuut wordt het plafond om bijdragen te betalen aan het sociaal stelsel van zelfstandigen verhoogd. Op de eerste schijf van 6.505,33 euro aan inkomsten (na aftrek van kosten gemaakt voor het uitoefenen van de activiteit) zijn geen bijdragen verschuldigd. Daarboven geldt in 2017 het (normale) tarief van 21 procent, dat in 2018 zakt naar 20,5 procent.

Vanaf 13.010,66 euro aan inkomsten geldt het statuut van zelfstandige in hoofdberoep.

Voor het behoud van de rechten op het vlak van gezondheidszorg als persoon ten laste geldt dezelfde drempel van 6.505,33 euro. Dus tot die drempel blijft de student bij een ziekenfonds aangesloten als gezinslid van – doorgaans – (een van) de ouders.

Een kind blijft ten laste van zijn ouders zo lang het niet meer verdient dan 3.010 euro (bedrag 2016) of 4.490 euro als kind van een alleenstaande ouder. Voor een jobstudent wordt echter de eerste 2.600 euro die hij of zij verdient, niet meegerekend. Dat zal met het nieuwe statuut ook zo zijn voor student-ondernemers.

 

Voor vragen of meer info hierover, kan u steeds bij ons terecht.