Het zomerakkoord: Welke gevolgen heeft dit voor u?

Taks op effectenrekeningen

Als beleggers moet u vanaf 2018 een taks betalen als de waarde van de effecten op uw effectenrekening meer dan 500.000 euro per persoon bedraagt. Het belastingtarief bedraagt 0,15% op de volledige waarde van de effectenportefeuille.

De taks viseert aandelen, obligaties en beleggingsfondsen. De banken zullen elke maand de waarde van de effectenrekening bepalen. De regering zal een taks heffen op de gemiddelde waarde van die 12 observaties. De inning gebeurt door de banken.

 

Ruimere taks op obligatiemeerwaarden van fondsen

De overheid belast nu alleen de meerwaarde van het obligatieluik van een beleggingsfonds dat minstens 25 procent van zijn activa in obligaties belegt. Die drempel van 25 procent verdwijnt.

 

Taks op gemeenschappelijke beleggingsfondsen

Als beleggers zal u voortaan ook roerende voorheffing moeten betalen op gemeenschappelijke beleggingsfondsen. Dat zijn dakfondsen die voor rekening van beleggers beleggen in collectieve beleggingsinstellingen of ICB’s.

 

Verhoging beurstaks

De belasting op de aan- en verkoop van aandelen stijgt opnieuw. Deze keer van 0,27 naar 0,35%. Het tarief voor obligaties stijgt van 0,09 naar 0,12%.

 

Fiscale vrijstelling eerste schijf dividenden

Dividenden tot 627 euro worden vrijgesteld van roerende voorheffing. De vrijstelling wordt toegekend via de belastingaangifte.

 

Halvering vrijstelling spaarboekje

De fiscale vrijstelling van de rente op spaarboekjes zakt van 1.880 naar 940 euro. Bij een rente van 0,11% kan u nog 854.545 euro belastingvrij sparen in plaats van 1,71 miljoen euro.

 

Hogere vrijstelling pensioensparen

Als pensioenspaarders kan u kiezen tussen twee opties. Ofwel blijft de huidige regeling: tot 940 euro kan u fiscaalvriendelijk sparen. Het fiscaal voordeel blijft 30% of maximaal 282 euro.

Ofwel spaart u 1.200 euro. Het fiscaal voordeel bedraagt dan 25% of 300 euro. Het maximaal fiscaal voordeel stijgt met 18 euro, maar u moet dan 260 euro extra sparen.

 

Verlaging vennootschapsbelasting

 

Verlaagd opklimmend tarief kmo’s

Voor kmo’s die genieten van het verlaagd opklimmend tarief (24,98% op de eerste schijf van 25.000 euro, 31,93% tussen 25.000 euro en 90.000 euro en 35,54% boven de 90.000 euro) zou het tarief in de vennootschapsbelasting verminderen tot 20% op de eerste 100.000 euro.

 

Gewoon tarief

Het gewone tarief van 33,99% zal in 2018 dalen tot 29% en in 2020 verder dalen tot 25%. De notionele interestaftrek blijft bestaan.

Verder wordt een minimumbelasting ingevoerd voor vennootschappen met een winst hoger dan 1.000.000 euro. Deze vennootschappen zouden op 30% van die winst het nieuwe basistarief aan vennootschapsbelasting moeten betalen. Concreet leidt dit tot een minimumbelasting van 7,5% (30% x 25%).

 

Fiscale consolidatie

Een bepaalde groep van ondernemingen kan de winsten en verliezen van verschillende dochters consolideren en moet bijgevolg enkel op de geconsolideerde winst belastingen betalen.

 

Winstpremie

Bedrijven kunnen werknemers gemakkelijker laten delen in de winst. Daarvoor wordt een fiscaal interessant systeem op poten gezet. Op de premie moeten werknemers 13,07% aan sociale zekerheidsbijdragen betalen en 7% belastingen. De werkgever betaalt niets extra.

Als bedrijven minder dan 20% van de loonmasssa als bonus willen uitbetalen en elke werknemer hetzelfde bedrag of eenzelfde percentage van het loon uitbetalen, dan kunnen ze dat doen zonder akkoord van de vakbonden in de onderneming.

 

In de bouwsector wordt volgend jaar een lastenverlaging doorgevoerd die ervoor moet zorgen dat Belgische werknemers interessanter worden voor bouwbedrijven. Nu kiezen zij almaar vaker voor buitenlandse gedetacheerden omdat die een pak goedkoper zijn.

 

Sociaaleconomische hervormingen

 

Er zijn ook een aantal sociaaleconomische hervormingen genomen:

De flexi-jobs worden uitgebreid naar de detailhandel (bakkers, slagers en krantenwinkels).

Naast werknemers zullen ook gepensioneerden als flexi-arbeider aan de slag kunnen gaan.

Ook komt er een soepelere regeling voor nachtarbeid en zondagswerk in de sector van de e-commerce.

Ervkomt er een hervorming van de proefperiode. In de eerste drie maanden van een vast contract hoeven bedrijven een ontslagen werknemer slechts een week opzeg uit te betalen in plaats van twee. Jonge laaggeschoolde werknemers worden dan weer goedkoper voor bedrijven doordat de brutominimumlonen worden verlaagd.

Er komen er ook mystery calls, waarmee discriminatie door bedrijven bij aanwervingen wordt onderzocht.

Vanaf volgend jaar zal een beperkt aantal bezoeken aan de psycholoog worden terugbetaald.

Bedrijven zullen hun werknemers een compensatiepremie kunnen geven als zij minder gaan werken of binnen het bedrijf van functie veranderen.

Werknemers die minstens 4/5 werken, zullen met vrijetijdswerk 500 euro per maand onbelast kunnen bijverdienen.

Zelfstandigen zullen na twee weken ziekte een uitkering krijgen. Nu moeten zij een maand ziek zijn vooraleer ze daar recht op hebben.

Tot slot stijgt het minimumpensioen voor werknemers die een volledige loopbaan achter de rug hebben en maakt de regering deeltijds pensioen mogelijk.

 

Heeft u vragen mbt uw activiteiten inzake deze nieuwe maatregelen? Contacteer gerust ons kantoor.